Aflevering 24: De Oorlog om Zendikar

Banner Lore Episode
Categorie:
Aflevering 24Tijdperk van de Gatewatch (2015-2020)📖 23 min leestijd
Afl. 23Aflevering 23: Lorwyn/Shadowmoor...

De Oorlog om Zendikar: Toen het Multiversum zijn Adem Inhield

Twee jaar. Zevenhonderddertig dagen van absolute terreur. Sinds Nissa de zegels van het Oog van Ugin had verbrijzeld en de Eldrazi-titanen uit hun millennia-oude gevangenis had bevrijd, lag Zendikar op sterven. Wat een wild en gevaarlijk wereld was geweest — een plane waar de aarde zelf in opstand kwam tegen haar bewoners door het unieke fenomeen van het Gewoel — was een nachtmerrie van kosmische vernietiging geworden. De Eldrazi vernietigden niet simpelweg: ze consumeerden. Elk stukje mana, elke vonk van leven, elk fragment van werkelijkheid verdween in het niets van hun onverzadigbare honger.
Zendikar: waar de aarde zelf opstaat tegen vernietiging
Zendikar: waar de aarde zelf opstaat tegen vernietiging
De eerste dagen na de bevrijding van de titanen waren de meest angstaanjagende geweest. De drie Eldrazi — Ulamog, Kozilek en Emrakul — waren gelijktijdig uit hun gevangenis onder de bergen van Akoum opgedoken, hun titanische vormen alles overtreffend wat Zendikars bewoners zich ooit hadden kunnen voorstellen. Legendes spraken van voorouderlijke "goden," maar die verhalen hadden de wereld niet voorbereid op de nachtmerriereality van wezens wier louter aanwezigheid het weefsel van de werkelijkheid corrumpeerde. Toen verdwenen Emrakul en Kozilek even mysterieus als ze samen waren verschenen. Niemand wist waar ze naartoe waren gegaan — misschien naar Zendikars meest afgelegen gebieden, misschien naar andere planes, of misschien naar dimensies die sterfelijke geesten niet konden bevatten. Alleen Ulamog bleef over, maar Ulamog alleen was voldoende om een hele wereld te verdoemen. De titan van consumptie doorkruiste het plane met een verschrikkelijke traagheid, en liet in zijn kielzog uitgestrekte stukken gebleekte aarde achter — lege omhulsels waar geen magie meer kon bestaan. Waar Ulamog passeerde, verdween zelfs het mana, opgezogen in het niets van zijn kosmische honger. Zijn nakomelingen, talloos als sterren aan een vervloekte hemel, veranderden alles wat ze aanraakten in diezelfde krijtachtige, dode substantie. Eldrazi-verwerkers lieten witte kristallijne structuren achter, onbedoelde monumenten voor de vernietiging die ze brachten.

De Vluchtelingen en de Vlucht

In de eerste maanden van de catastrofe overspoelden golven van vluchtelingen de nog gespaard gebleven gebieden. De elfen van Bala Ged behoorden tot de eersten die hun thuis verloren — hun voorouderlijke wouden in enkele weken herleid tot wit stof. De Kor van de hooglanden verlieten hun lijnen en ankerpunten en vluchtten naar gebieden die ze nooit hadden bewoond. De zeelieden van Halimar zagen hun koraalriffen sterven terwijl hun navigatiezangen veranderden in klaagzangen. En dan waren er de vampiers. Deze nachtelijke wezens, die de andere rassen van Zendikar lang als prooi hadden beschouwd, stonden voor een existentieel dilemma. De Eldrazi bekommerden zich niet om hun onsterfelijkheid, bovennatuurlijke kracht of dorst naar bloed. Voor de titanen van het niets was een vampier slechts een andere manabron om te consumeren. Geconfronteerd met deze dreiging van totale uitroeiing moesten de vampierhuizen een ondenkbare keuze maken: zich verbonden met degenen die ze eeuwenlang hadden gejaagd.

Zee Poort: Het Laatste Bolwerk

Midden in deze apocalyps weigerde één man te bezwijken aan wanhoop. Gideon Jura, de planeswalker wiens onkwetsbaarheid alleen geëvenaard werd door zijn plichtsgevoel, had Zendikar tot zijn zaak gemaakt. Waar anderen naar veiligere planes zouden zijn gevlucht — en velen hadden dat gedaan, want planeswalkers hadden die optie die stervelingen misten — organiseerde Gideon het verzet. Zijn verhaal was dat van een man achtervolgd door mislukking. Op zijn thuiswereld Theros had Gideon zijn Irregulieren geleid — een bende jonge strijders die hij als zijn familie beschouwde — op een missie tegen een titan. Zijn arrogantie had hen allemaal het leven gekost, iedereen behalve hij zelf, beschermd door zijn onkwetsbaarheid. Die schuldgevoelens hadden hem nooit losgelaten. Op Zendikar zag hij een kans op verlossing, een mogelijkheid om hen te beschermen die zichzelf niet konden beschermen, om de fouten uit het verleden niet te herhalen. Zee Poort, de grootste stad van Tazeem, was het hart van dit verzet geworden. Twintig acres beschaving gevestigd op de muren van Halimar, met zijn vuurtoren van honderdvijftien meter die over de wateren uittoornde — de Vuurtoren, centrum van alle kennis van Tazeem — dat was alles wat er resteerde van Zendikars hoop. Onder leiding van Commandant Tazri en met de hulp van de engel Linvala hadden overlevenden van Zendikars verschillende rassen hun voorouderlijke geschillen opzijgezet om de existentiële dreiging het hoofd te bieden die hen allemaal verslond. Tazri was een mens van uitzonderlijke vastberadenheid, een tacticus die vroeger dan velen begreep dat de oude rivaliteiten tussen rassen moesten wijken voor de noodzaak van collectief overleven. Ze had persoonlijk onderhandeld met de leiders van elke factie — de Kor-oudsten, de elfische matriarchen, de vampierheren — en hen één voor één overtuigd dat hun enige hoop in eenheid lag. Maar zelfs deze onwaarschijnlijke alliantie kon niet eeuwig standhouden. Twee jaar na de bevrijding van de Eldrazi viel Zee Poort. De stad die het baken van kennis en handel was geweest, werd een veld van witte ruïnes — nog een slachtoffer van Ulamogs onverzadigbare honger. De Vuurtoren stortte in; zijn drie eeuwen van geaccumuleerde kennis herleid tot stof.

De Coalitie van Overlevenden

De val van Zee Poort had het einde van alle verzet kunnen betekenen. Velen geloofden dat ook — dat het laatste bolwerk van hoop zojuist was gedoofd en dat er niets anders op zat dan op het einde te wachten. Maar Zendikar was altijd een wereld van overlevenden geweest — wezens gevormd door eeuwen van strijd tegen een vijandige omgeving waar zelfs de aarde zich tegen je kon keren. De Kor, hemelnavigators met hun haken en lijnen, brachten hun legendarische beweeglijkheid. In staat de diepste kloven te doorkruisen en de steilste kliffen te beklimmen, dienden ze als verkenners en boodschappers en hielden de communicatie tussen de verschillende geallieerde krachten in stand zelfs wanneer de landroutes waren afgesneden. De elfen van Bala Ged, wier wouden tot de eersten behoorden die vielen, vochten met de woede van mensen die niets meer te verliezen hebben. Hun verbinding met Zendikars natuur gaf hen een uniek voordeel — ze konden de nadering van de Eldrazi voelen nog voor ze ze zagen, het weggezogen worden van het mana waarnemend zoals een dier een roofdier waarneemt. De vampiers van Malakir hadden er onder Drana's leiding voor gekozen te vechten naast hun vroegere prooi in plaats van de maaltijd van de Eldrazi te worden. Drana zelf was een legendarische figuur — een vampier van immense kracht die eeuwen van conflicten had overleefd. Haar beslissing om bij de coalitie te gaan was controversieel geweest binnen haar eigen huis, maar ze had betoogd dat doden zich niet kunnen voeden, en dat levende bondgenoten meer waard waren dan geconsumeerde vijanden. Munda, de Kor-oorlogsaanvoerder, coördineerde hinderlagen tegen de Eldrazi-zwermen. Zijn tactiek bestond erin snel en hard toe te slaan en zich dan terug te trekken voordat de titanen konden reageren. Deze guerrillaraids konden de Eldrazi niet verslaan, maar vertraagden hun opmars, waardoor kostbare tijd werd gewonnen om bedreigde bevolkingen te evacueren. Zelfs de goblins, die vaak als Zendikars minst betrouwbare ras werden beschouwd, speelden een cruciale rol. Zada, een sjamanin met unieke duplicatiekrachten, leidde haar benden in zelfmoordaanslagen op de Eldrazi-zwermen. Haar kracht stelde haar in staat offensieve spreuken te vermenigvuldigen en één vuurbal te transformeren in honderd gelijktijdige explosies. Deze spectaculaire afleidingsmanoeuvres trokken de aandacht van Eldrazi-verwerkers, waardoor de hoofdstrijdkrachten konden manoeuvreren.

Ob Nixilis: De Ontketende Demon

Maar niet alle machtige wezens van Zendikar streden aan de kant van het leven. Ob Nixilis, de voormalige planeswalker die na vervloekt te zijn door de Kettingluier een demon was geworden, was eeuwenlang gevangen gehouden op Zendikar en kon er niet uit ontsnappen. Zijn verhaal was dat van een spectaculaire val — ooit een veroveraar van legendarische wreedheid had hij het multiversum doorkruist met verwoeste werelden in zijn kielzog. Tot hij de Kettingluier ontmoette, een mysterieuze entiteit die hem een verschrikkelijke vloek had opgelegd, hem veranderd had in een demon en zijn planeswalker-vonk had gedoofd.
Ob Nixilis: haat in mensgedaante hervindt zijn kracht
Ob Nixilis: haat in mensgedaante hervindt zijn kracht
De hedrons van het netwerk dat Nahiri had gecreëerd, hielden hem gevangen op Zendikar en droogden de laatste restanten van zijn planaire kracht op, waardoor hij werd gereduceerd tot een wezen gebonden aan het plane. Eeuwenlang had hij zijn wraak zitten broeden en een haat opgebouwd zo puur dat die duizend vloeken had kunnen voeden. Hij haatte Zendikar, hij haatte de hedrons die hem vasthielden, hij haatte de Kettingluier die hem had vervloekt, en hij haatte bovenal zijn eigen machteloosheid. De bevrijding van de Eldrazi had het hedron-netwerk verstoord en de ketenen die de demon vasthielden verzwakt. Door gebeurtenissen te manipuleren en de energie van een andere planeswalker te absorberen — een buitengewoon wrede overtreding die zijn slachtoffer in verschrikkelijke doodsangst doodde — slaagde Ob Nixilis erin zijn vonk opnieuw te ontsteken. Vrij om opnieuw tussen planes te reizen had hij simpelweg kunnen vertrekken, Zendikar aan zijn lot overlaten en nieuwe prooi zoeken in het oneindige multiversum. Maar wraak brandde te hevig in zijn zwarte hart. Ob Nixilis wilde Zendikar zien branden. Hij wilde de planeswalkers die het hadden gewaagd zich tegen hem te verzetten zien lijden. En hij wilde elk moment van hun nederlaag proeven.

De Roep van de Gatewatch

Geconfronteerd met deze dubbele dreiging — de Eldrazi-titanen die de wereld verslonden en een demonische planeswalker dorstig naar wraak — begreep Gideon dat geen enkele solitaire held kon triomferen. Hij had bondgenoten nodig. Niet simpelweg strijders, maar andere planeswalkers, wezens in staat de inzet te begrijpen die verder ging dan één enkele wereld, individuen wier kracht kon wedijveren met die van de bedreigingen waarmee ze werden geconfronteerd. Jace Beleren beantwoordde de roep. De telepaat had het multiversum doorkruist op zoek naar antwoorden over zijn eigen aard — zijn uitgewist verleden, zijn gefragmenteerde identiteit, de mysteries die hem omringden sinds hij zijn gave had ontdekt. Maar Zendikars lijden wekte in hem iets op dat hij bijna was vergeten in zijn zoektocht naar kennis: een geweten, een plichtsgevoel jegens degenen die zichzelf niet konden verdedigen. Jace was een man vol tegenstellingen. Zijn prodigieuze intellect analyseerde de situatie met de koelheid van een strateeg, de kansen op succes en mislukking berekend met wiskundige precisie. Maar onder deze façade van distantie leidde een hart dat hij vaak weigerde te erkennen zijn beslissingen. Hij kon niet simpelweg toekijken hoe Zendikar stierf. Niet wanneer hij de macht had om iets te doen. Chandra Nalaar kwam ook, vuur en woede in levenden lijve. Zij die haar leven had doorgebracht met vluchten — de Consuls van Kaladesh die haar vader hadden gedood, de jagers die haar opspoorden, haar eigen schuldgevoelens over het feit dat ze had overleefd terwijl haar familie was omgekomen — vond in Zendikar een zaak het vechtens waard. De Eldrazi onderhandelden niet, logen niet, verraden niet. Ze consumeerden, simpel en puur. Tegenover een vijand zo absoluut in zijn verschrikking vonden Chandra's vlammen eindelijk een waardige uitlaatklep. En dan was er Nissa. Nissa Revane, de animistische elfin wier fout deze catastrofe had veroorzaakt. In het Oog van Ugin had ze gedacht het goede te doen — ze had gedacht dat de Eldrazi, eenmaal bevrijd, simpelweg Zendikar zouden verlaten om elders hun voedsel te zoeken. Ze had het fout gehad, tragisch, catastrofaal fout. Ze droeg op haar schouders het gewicht van elk verloren leven, elk geconsumeerd woud, elke kindglimlach die de Eldrazi hadden uitgewist. 's Nachts, in haar dromen, hoorde ze de kreten van de stervenden. Ze zag de gezichten van hen die vertrouwen hadden gesteld in Zendikar, in haar natuurlijke verdedigingen, en die waren verraden door haar fout. Ze kon niet ongedaan maken wat ze had gedaan — geen enkele macht in het multiversum kon dat — maar ze kon vechten opdat haar fout niet het einde van alles zou zijn.

Het Treffen met de Demon

Nog voor ze de titanen konden aanpakken, moesten de planeswalkers Ob Nixilis het hoofd bieden. De demon wachtte hen op, want hij had hun aankomst gevoeld — de vonken van planeswalkers schenen als bakens in het weefsel van het multiversum voor wie wist hoe te kijken. Hij wilde hen vernietigen, hun nederlaag proeven voor hij deze vervloekte wereld verliet. Het treffen was brutaal. Ob Nixilis bezat de kracht van een planeswalker gecombineerd met de fysieke gedaante van een demon — vleugels zwart als zonde, klauwen in staat de werkelijkheid te verscheuren, en een beheersing van zwart mana die de dood zelf tot wapen maakte. Tegenover hem vier planeswalkers die elkaar nauwelijks kenden, wier krachten nooit eerder waren gecombineerd, wier uiteenlopende persoonlijkheden elk moment dreigden hen te verdelen. Gideon diende als schild en absorbeerde met zijn onkwetsbaarheid de meest verwoestende aanvallen van de demon. Jace probeerde Ob Nixilis' mentale verdedigingen te doorbreken, maar de geest van de demon was een labyrint van pure haat, zo intens dat zelfs het machtigste multiversums telepaat er bijna in verloren ging. Chandra lanceerde golf na golf van vlammen, maar Ob Nixilis absorbeerde ze, transformeerde ze en keerde ze tegen zijn aanvallers. Het was Nissa die het verschil maakte. Haar band met Zendikar stelde haar in staat te putten uit de mana-reserves van het plane zelf en een energie te kanaliseren die zelfs de demon niet kon negeren. De leylijnen lichtten rondom haar op en creëerden een netwerk van natuurlijke kracht dat Ob Nixilis' duisternis tijdelijk neutraliseerde. Gewond maar niet verslagen werd de demon gedwongen te vluchten. Hij zwoer terug te keren, wraak te nemen, alles te vernietigen wat de Gatewatch probeerde te beschermen. Maar voorlopig had hij zijn tegenstanders onderschat, en die fout had hem duur te staan gekomen.

De Eden

Na Ob Nixilis te hebben verslagen in dat brute treffen dat hen bijna allen het leven kostte, stonden de vier planeswalkers voor een keuze. Ze konden vertrekken, elk terugkerend naar hun zwervend bestaan, of ze konden iets doen wat geen planeswalker had gedaan sinds het tijdperk voor het Mending: duurzaam aan elkaar verbinden. Gideon sprak als eerste, zoals paste bij de strijder die deze zaak van het begin af had gedragen. Hij knielde in het stof van Zendikar, zijn hand gelegd op door Eldrazi gebleekte bodem, en sprak de woorden die een nieuw tijdperk zouden definiëren: "Voor gerechtigheid en vrede, zal ik wacht houden." Jace aarzelde. De sceptische telepaat die niemand vertrouwde — zelfs zichzelf niet, want hoe vertrouw je een geest waarvan je de geschiedenis niet kent? — worstelde met zijn instincten. Alles in hem riep hem toe afstand te bewaren, niet gehecht te raken, zijn onafhankelijkheid te bewaren. Maar iets sterker dan angst dreef hem voorwaarts. Hij sprak woorden die hij nooit had verwacht te zeggen: "Voor het welzijn van het Multiversum, zal ik wacht houden." Chandra, impulsief en wild, gaf een antwoord dat haar op het lijf geschreven was. Geen grote zinnen, geen plechtige beloften, slechts een eenvoudige waarheid uitgesproken met de oprechtheid van vuur: "Als dat betekent dat mensen vrij kunnen leven... ja, ik zal wacht houden." En Nissa, de elfin die zoveel redenen had om vreemdelingen te wantrouwen, die was opgegroeid in een xenofoob volk en had geleerd alleen op zichzelf te rekenen, opende haar gewond hart voor deze drie individuen die ze nauwelijks kende: "Voor het leven van elk plane, zal ik wacht houden." Zo werd de Gatewatch geboren. Hun naam was afkomstig van Zee Poort, de stad die ze zouden verdedigen en waar ze hun eden aflegden. Het was meer dan een team of een tactisch verbond. Het was een heilig pact, een belofte dat het multiversum nooit meer alleen zou hoeven staan tegenover de bedreigingen die het belaagden.

Jaces Plan

Ob Nixilis verslaan was moeilijk geweest, maar de demon was slechts een hindernis op weg naar de werkelijke vijand. De Eldrazi-titanen vernietigen leek onmogelijk — en naar de mening van velen was het dat ook werkelijk. Deze entiteiten bestonden voorbij het sterfelijk begrip. Hun vormen op Zendikar waren slechts projecties, "vingers" ondergedompeld in de werkelijkheid van een wezen wiens werkelijke lichaam de ruimte zelf overstijgt. Hoe dood je iets dat er niet echt is? Jace had echter een theorie. Zijn analytische geest had weken besteed aan het bestuderen van de Eldrazi, het analyseren van oude verslagen en het ondervragen van overlevenden die de titanen van dichtbij hadden gezien. En hij had een gedurfde conclusie getrokken: als de titanen slechts gedeeltelijk aanwezig waren op Zendikar, waarom ze dan niet dwingen zich er volledig te manifesteren? Het idee berustte op het hedron-netwerk — die mysterieuze stenen die de ouden duizenden jaren geleden specifiek hadden gecreëerd om de Eldrazi te bevatten. Die hedrons waren geen eenvoudige fysieke gevangenissen; ze manipuleerden het weefsel van de werkelijkheid zelf en creëerden beperkingen die de hogere dimensies beïnvloedden waar de Eldrazi werkelijk bestonden. Door het netwerk opnieuw te activeren en aan te passen, zou men theoretisch de titanen aan het plane kunnen verankeren en hen dwingen volledig in de fysieke werkelijkheid te bestaan. Ze zouden nog steeds immens zijn, nog steeds angstaanjagend, nog steeds dodelijk gevaarlijk — maar ze zouden echt zijn. En wat volledig in de fysieke werkelijkheid bestaat kan worden vernietigd. Het plan was gedurfd, misschien zelfs krankzinnig. Het vereiste de heractivering van een hedron-netwerk dat was beschadigd door eeuwenlange verwaarlozing en twee jaar van Eldrazi-oorlog. Er moest een manier worden gevonden Ulamog naar een specifiek gebied te lokken en hem daar lang genoeg vast te houden zodat de hedrons hun werk konden doen. En bovenal moest worden gehoopt dat Jaces theorie correct was — want als hij het mis had, zouden ze geen tweede kans krijgen.

De Eindstrijd

Alles begon volgens plan. Nissa, gebruikmakend van haar unieke verbinding met Zendikars ziel, heractiveerde het hedron-netwerk. De krachtlijnen die het plane doorkruisten, lijnden zich op en creëerden een onzichtbare maar krachtige val. Het was uitputtend werk — de animistische elfin moest haar verbinding handhaven met duizenden over het continent verspreide stenen en hun energieën coördineren met een precisie die voor iemand die niet was opgegroeid in gemeenschap met de mana van deze wereld onmogelijk zou zijn geweest. De geallieerde strijdkrachten lokten Ulamog naar het voorbereide gebied. Het was geen subtiele manoeuvre — de titan van consumptie had geen strategie in menselijke zin, alleen een honger. De Gatewatch bood hem die honger in de vorm van levende prooi, concentraties van mana, alles wat zijn aandacht kon trekken. Hele bataljons werden opgeofferd om de titan binnen de geplande perimeter te houden. De hedrons lichtten op. Bundels pure energie convergeerden op Ulamog en omhulden hem in een netwerk van magische beperkingen zoals die hem eeuwenlang hadden vastgehouden. De titan vertraagde; zijn onverbiddelijke opmars voor het eerst onderbroken sinds zijn bevrijding. Voor het eerst in twee jaar leek hij... verward. Verzwakt. De Gatewatch durfde te hopen. En toen keerde Kozilek terug.

De Titan van Vervorming

Niemand had het zien aankomen. Twee jaar lang was Kozilek verdwenen, dwalend in dimensies die stervelingen niet konden waarnemen. Sommigen hadden gehoopt dat hij Zendikar had verlaten, aangetrokken door substantiëlere prooi elders in het multiversum. Ze hadden het mis. Kozilek, de meester van alternatieve realiteiten en onmogelijke meetkunde, dook op uit het niets met een geweld dat het hele plane deed schudden. Zijn louter aanwezigheid vervormde de ruimte — rechte lijnen werden bogen, afstanden verloren betekenis, en de gedachten van stervelingen fragmenteerden in dissonante echo's. Soldaten die hem als eersten zagen verloren hun verstand; hun geesten waren niet in staat te verwerken wat hun ogen waarnamen. De volmaakt zwarte kristallen die boven zijn kolossale gedaante zweefden, absorbeerden het licht zelf en creëerden gaten in de werkelijkheid die zelfs de ogen van planeswalkers niet konden verdragen. Zijn kracht corrumpeerde loyaliteiten, vertroebelde gedachten en transformeerde emoties in wanhoop en paniek. Bondgenoten keerden zich tegen elkaar, plotseling ervan overtuigd dat hun kameraden vermomde vijanden waren. De voor één titan ontworpen val wankelde onder het gewicht van twee. De hedrons knisterden door energieoverbelasting en dreigden te exploderen. Nissa, het netwerk bijeenhoudend door pure wilskracht, voelde haar krachten haar verlaten. Alles wat de Gatewatch had opgebouwd — hun moeizaam gesmede allianties, hun nauwkeurig gepland strategie, hun zo moeilijk gewonnen hoop — leek op het punt van instorten.
Zendikars hedrons: laatste verdediging tegen het onmogelijke
Zendikars hedrons: laatste verdediging tegen het onmogelijke

Nissa en de Ziel van de Wereld

Nissa sloot haar ogen. Om haar heen woedde de chaos — de kreten van de stervenden, het onmogelijke gebulder van de titanen, het geknetter van overbelaste hedrons. De wereld trilde onder het gewicht van twee entiteiten die nooit in de fysieke werkelijkheid hadden mogen bestaan. Maar de animistische elfin zocht naar iets voorbij het lawaai, voorbij de strijd. Ze zocht naar Zendikar zelf. En Zendikar antwoordde. Het plane had geleden, maar het was niet dood. Onder de lagen van vernietiging, onder de gebleekte landen en gedroogde zeeën, klopte het hart van Zendikar nog steeds. De leylijnen — die mana-slagaders die de wereld doorkruisten — pulsten van koppig leven en weigerden te bezwijken aan vernietiging. Het Gewoel, dat fenomeen dat Zendikar zo gevaarlijk en zo uniek maakte, bleef het hart van de wereld doen kloppen. Nissa kanaliseerde die energie. Ze werd het kanaal tussen Zendikar en de hedrons en fuseerde haar bewustzijn met dat van het plane. In deze staat van totale communio was ze niet langer simpelweg een elfin die groene magie gebruikte — ze was Zendikar, en Zendikar was zij. Ze woof de kracht in draden van pure energie en creëerde een tweede netwerk dat zich verstrengelde met dat van de hedrons. De twee titanen bleken gevangen niet alleen in een val van oud steen, maar in de omhelzing van de wereld zelf die ze probeerden te verslinden. Zendikar hield hen vast en weigerde hen los te laten. Voor het eerst in hun bestaan waren Ulamog en Kozilek volledig, totaal, onmiskenbaar aanwezig in de fysieke werkelijkheid.

Het Vuur dat Goden Verteert

Ulamog en Kozilek waren gevangen, maar gevangen betekende niet verslagen. Hun titanische vormen worstelden tegen hun boeien, en met elke voorbijgaande seconde verzwakte het netwerk. De hedrons begonnen te barsten; Nissa's leylijnen wankelden onder de inspanning. Er moest nu worden gehandeld, anders zou alles verloren zijn. Chandra trad naar voren. Haar hele leven had ze haar eigen vlammen gevreesd — hun intensiteit, hun destructief potentieel. Op Kaladesh, bij de executie van haar vader, was haar gave gewekt in een uitbarsting van vuur die haar eigen ouders bijna had gedood naast de consulaire wachters. Op Regatha had ze geleerd haar gave te beheersen in het klooster van Keral Keep, maar een deel van haar had haar vuur altijd ingehouden, vrezend wat er zou gebeuren als ze het werkelijk losliet. Niet meer. Ze putte uit elk stukje mana dat Nissa had vergaard. Ze kanaliseerde Zendikars woede, de pijn van haar miljoenen slachtoffers, de wanhopige vastberadenheid van de overlevenden. Ze nam alles wat een stervende wereld haar kon geven, en ze transformeerde het in vuur. En ze liet het allemaal los. Het vuur dat uit Chandra Nalaar barstte was niet gewoon. Het was niet simpelweg vuur — het was de woede van een wereld, gefocust door het hart van een grenzeloze pyromantiste. De vlammen verslonden beide titanen en verbrandden niet alleen hun fysieke vlees maar hun essentie zelf — dat deel van hen dat voorbij Zendikar bestond, in de hogere dimensies waar ze altijd onaantastbaar waren geweest. Ulamog schreeuwde — als een wezen zonder mond kan schreeuwen. Het was een geluid dat het gehoor overstijgt, een trilling die de ziel zelf deed resoneren. Kozilek fragmenteerde in onmogelijke meetkundige vormen, elk fragment zichzelf verterende voor het de grond raakte. Een eeuwig moment lang was de hemel van Zendikar gevuld met vlammen zo helder dat ze de zon verduisterden, en twee van de oudste verschrikkingen van het multiversum hielden op te bestaan. En toen, stilte.

De Prijs van de Overwinning

De titanen waren dood. Voor het eerst in de geschiedenis van het multiversum waren twee van de drie oorspronkelijke Eldrazi vernietigd — niet gevangen zoals hun scheppers millennia geleden hadden gedaan, niet verbannen naar andere dimensies, maar werkelijk, definitief vernietigd. Hun materiële manifestatie op Zendikar bestond niet meer, en als Jaces theorie klopte, betekende de verankering aan het plane dat die vernietiging zich uitstrekte tot hun hele wezen. Maar de overwinning had een verschrikkelijke prijs. Duizenden Zendikari waren omgekomen in de eindstrijd — opgeofferd om de titanen te lokken, verteerd door Chandra's vlammen, verpletterd onder de razende titanen. Hele gebieden van het plane waren woestijnen van wit stof geworden, voor altijd ongeschikt om leven te onderhouden. Het mana dat hen had bezield was verdwenen, opgezogen door de Eldrazi voor hun vernietiging. En ergens in het Multiversum zwierf Emrakul — de derde en meest verschrikkelijke van de titanen — nog steeds, bestemming onbekend. De Gatewatch had twee van de drie bedreigingen verslagen, maar de gevaarlijkste was nog vrij. Zee Poort werd herbouwd. Onder leiding van Commandant Tazri en met de hulp van de engel Linvala herrees de stad binnen een jaar uit haar witte as. De Vuurtoren werd herbouwd, de muren versterkt, en vluchtelingen uit verwoeste gebieden vonden een nieuw thuis binnen haar muren. Het zou nooit meer dezelfde Zee Poort zijn — te veel kennis was verloren gegaan, te veel levens opgeofferd — maar het was een levende Zee Poort, het bewijs dat Zendikar had overleefd.

De Dageraad van de Gatewatch

Voor de vier planeswalkers die hadden gezworen wacht te houden, was de overwinning op Zendikar slechts een begin. Hun alliantie had bewezen wat velen onmogelijk achtten: dat individuen zo verschillend als Gideon de beschermer, Jace de manipulator, Chandra de rebel en Nissa de kluizenaar hun verschillen opzij konden zetten om het onmogelijke te volbrengen. Ze hadden twee titanen van het niets verslagen. Ze hadden Ob Nixilis' verraad overleefd. Ze hadden bewezen dat eendracht macht maakt, zelfs tegenover de meest angstaanjagende bedreigingen van het multiversum. En ze hadden iets gecreëerd dat niet had bestaan sinds het tijdperk van de Oud-Wandelaars: een organisatie van planeswalkers gewijd aan de bescherming van het multiversum. Maar andere gevaren wachtten hen. Emrakul was er nog, ergens, en haar motivaties bleven even onbegrijpelijk als haar vorm. Nicol Bolas, de oude draak wiens machinaties zich uitstrekten over eeuwen en planes, woof zijn plannen in de schaduw en manipuleerde gebeurtenissen die de Gatewatch nog niet kon waarnemen. Nieuwe werelden riepen om hulp, nieuwe bedreigingen doemden op. De Gatewatch zou elke roep beantwoorden. Het was hun eed, hun bestaansreden, de belofte die ze hadden gedaan in het stof van Zee Poort. Vier planeswalkers — binnenkort meer, naarmate anderen zich bij hun zaak aansloten — stonden tussen het multiversum en vernietiging. De oorlog om Zendikar was voorbij. Maar de oorlog om het multiversum was net begonnen.
Volgende aflevering: "Schaduwen over Innistrad" — Het mysterie van Emrakul: Waar is de derde titan naartoe gegaan? De Gatewatch volgt een spoor naar het gothische plane van Innistrad, waar vreemde mutaties de bewoners beginnen te treffen. Waanzin verspreidt zich, engelen raken gecorrumpeerd, en een kosmische verschrikking openbaart zich in het hart van de zilveren maan zelf. Ontdek hoe de bewakers van het multiversum een bedreiging trotseerden die ze niet konden begrijpen — en de verschrikkelijke prijs die Innistrad betaalde voor hun overwinning.

Forged in Stone : upgrader le précon Équipement

Le précon mono-blanc « Forged in Stone » de Commander 2014, mené.

Déclencheurs « Titan » en Commander : le

Le gabarit « Titan », une capacité qui se déclenche à l'entrée.

Commandants 4 couleurs Magic : ce qu’apporte Marvel

Marvel Super Heroes ajoute sept nouveaux commandants quadricolores, tous « sans noir.

Festival in a Box: Amsterdam 2026, de volledige

Wizards onthult de inhoud van de Festival in a Box: Amsterdam 2026:.

Assassins-deck in Commander: commandanten en sleutelkaarten

Van de Royal Assassin uit 1993 tot de heropleving dankzij Assassin's Creed:.

Terug naar boven
Item 0,00 
Loadding...